Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de premiepercentages voor de werknemers- en volksverzekeringen en het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen voor 2020 gepubliceerd.

Een lage premie is vastgesteld op 2,94%. De werkgever betaalt de lage WW-premie voor werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst. Daarvan is sprake als er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is die geen oproepovereenkomst is.

De werkgever mag ook de lage WW-premie betalen als:

  • De werknemer onder de 21 jaar is en maximaal 48 uur (per aangiftetijdvak van vier weken) of 52 uur (per aangiftetijdvak van een kalendermaand) verloond heeft gekregen.
  • Hij een leerling in dienst heeft die de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgt. De overeenkomst met de BBL-leerling moet voorzien zijn van een dagtekening en zijn opgenomen in de administratie van de werkgever;
  • De werkgever een uitkering werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) betaalt als werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager. Over dit deel van de betaling aan de werknemer is de werkgever dan de lage WW-premie verschuldigd.

De hoge premie van 7,94% is van toepassing op loon uit overige dienstbetrekkingen, en ingeval van herziening van de lage AWF-premie naar de hoge AWF-premie met terugwerkende kracht.

Menu